Michel Didier 1999
Haalt film de 21e eeuw? Het bioscoopbezoek in Nederland is tussen 1980 en 1990
met de helft afgenomen, maar zit sindsdien weer zo in de lift dat overal in
het land nieuwe bioscopen moeten gebouwd. Megaplexen, als onderdeel van gezinsamusementscentra
(family entertainment centers), nemen de plaats in van de vertrouwde bioscopen.
Het is maar een achterhoedegevecht, want film in de gedaante van lichtprojectie
in een gemeenschappelijke, verduisterde ruimte heeft zijn tijd lang en breed
gehad. Video, internet en breedbeeldtelevisie zullen steeds beter voorzien in
de visuele behoeften van de postmoderne mensheid.
Wat natuurlijk wel blijft is bewegend beeld, gecombineerd met geluid. Maar ook
de in de afgelopen honderd jaar ontwikkelde technieken om dat beeld te bewerken
tot een voor iedereen begrijpelijke vorm van communicatie. Een aantal generaties
groeide op met een basisbegrip van parallelmontage, associatieve montage, buitenbeeldstemmen,
tijdssprongen en ondertitels. En sinds een jaar of twintig ook met de mogelijkheden
die video biedt tot het zelf bewerken van film: dat wil zeggen met beelden die
we naar believen kunnen stopzetten, terugspoelen en met wat goede wil en ondernemingslust
ook terugdraaien, ondersteboven gooien en anderszins maltraiteren. Met een video
kun je je favoriete film zelfs in een kunstwerk opnemen: beeldscherm ertussen,
stekker erin en spelen maar. Fragmenten herhalen, inkleuren, vervormen, er een
ander geluid onder zetten, de fröbelmogelijkheden zijn eindeloos.
Deze zogenaamde 'cinematografische blik' is het onderwerp van de tentoonstelling
'Cinéma Cinéma. Contemporary Art and the Cinematic Experience'
die binnenkort in het Van Abbemuseum in Eindhoven is te zien. Kunstenaars uit
diverse Europese en Amerikaanse landen blijken zo doordrongen van de vele films
in hun achterhoofd dat in hun werk allerlei typisch cinematografische elementen
op de voorgrond treden, zonder dat ze nu direct een film maken. Sharon Lockhart
fotografeert absolute non-events (in de ruimte starende mensen in een desolate
hotelkamer bijvoorbeeld), maar gebruikt daar een complete filmproductieploeg
voor, met belichters, set dressers, opnameleiders, grimeurs en scenarioadviseurs.
Zo krijgt het meest banale, saaie en alledaagse nog de glans van het geënsceneerde,
het opzettelijke, het glamoureuze - kortom van de film. De films die ze maakt
zijn daarentegen ontegenzeggelijk fotografisch: met een statische camera en
zonder gebruik van montage filmt ze een ploegje Japanse schoolmeisjes die een
basketbaltraining doen. Potentiële dynamiek opzettelijk teruggebracht tot
statische oninteressantie.
Omdat die 'cinematografische blik' ons allen eigen is, geven we ons snel gewonnen
wanneer een installatie een beroep doet op ons inlevingsvermogen. Zeker als
er nog wat te herkennen valt ook: veel van de tentoongestelde werken verwijzen
direct naar bekende films. De Zwitser Christoph Draeger liet vijf shoot-outs,
uit Thelma and Louise, Taxi Driver, Magnum Force, Pulp Fiction en Dirty Harry,
naspelen door amateurs in een lege ruimte, met niets dan de oorspronkelijke
geluidsband. Geconfronteerd met de originele films doen deze imitaties een beroep
op ons authenticiteitsgevoel: welke versie is nu reëel en welke fictief?
De meest perfecte is tegelijk de meest illusoire, terwijl de tegenhanger zo
duidelijk een imitatie is dat hij dichter bij de werkelijkheid lijkt te staan.
Pierre Bismuth deed iets dergelijks: hij liet de geluidsband van Antonioni's
Professione: Reporter uittikken door een typiste die de film nog nooit had gezien.
In real time, dus even snel als de film loopt, met alle tikfouten van dien.
Daarmee ontstond een wilde interpretatie van de film, eigenlijk een hele nieuwe
film. Ook de Britse Fiona Banner interpreteert bekende films: op grote tekstvellen
beschrijft ze alle scènes van een film achter elkaar door, zonder interpunctie
en erg, erg klein. Zo hangt in Eindhoven heel Apocalypse Now op één
vel van 2,50 x 6,50. Vanzelf kies je een willekeurig begin, sla je regels over
of lees je dingen opnieuw en zo creëert iedereen zijn eigen Apocalypse
Now. We zijn niet langer passieve filmconsumenten, maar nemen actief deel aan
het maken van een film. Alleen al door de wordscapes van Banner te betreden.
Als de tentoonstelling iets duidelijk maakt, dan is het dat zelfs een geïsoleerd
element uit de filmtaal dramatische potentie heeft. Christoph Draeger speelt
alleen de geluidsband van de beruchte rampenfilm Earthquake (1973) af in een
volkstuinhuisje op de binnenplaats van het museum. De nieuwe context is niet
alleen vervreemdend (en hilarisch), maar maakt er een nieuwe film van, of beter
gezegd: wij maken er een nieuwe film van. Ietwat doordachter onderzoekt Pierre
Bismuth de relaties die onze hersenen leggen tussen beeld en geluid. Hij schotelt
ons beeld voor (het Peter Sellers-vehikel The Party) en projecteert een beschrijving
van het afwezige geluid naast de film. Met de bedoeling dat we ons allemaal
een verschillende (eigen) voorstelling maken van het geluid bij de film.
Het opnemen en interpreteren van beeld en geluid tegelijk, gestuurd door montage,
enscenering, spelregie en geluidseffecten is een van jongsaf aan getrainde functie
van het brein. Het zijn veelal kijk- en luisterconventies die, voor zover het
grote-publieksfilms betreft, sinds de jaren twintig vrijwel eenvormig zijn en
die we bij wijze van spreken met de paplepel krijgen ingegoten. In Frankrijk
bestaat een lange traditie van filmtheorie waarin die conventies zijn beschreven
en bekritiseerd. De Franse kunstenaar Pierre Huyghe anticipeert op onze kennis
en verwachtingen van een film. Hij speelt met wat vrienden scènes uit
Pasolini's Uccellacci e uccellini en Hitchcocks Rear Window na en monteert die
in de film op de plek van de oorspronkelijke opnamen. Omdat de artistiekelingen
de originele acteurs interpreteren (zo te zien uit hun geheugen), wetend dat
wij de film zo goed kennen dat we de nieuwe scènes als interpretaties
herkennen, ontstaat er een vreemd soort verdubbeling: we kijken naar een reproductie
en zien ineens de onderliggende structuur van het origineel.
Voor Cinéma Cinéma maakte Huyghe L'Ellipse: twee opeenvolgende,
weinigzeggende scènes uit Wim Wenders' film Der Amerikanische Freund
(1976), van elkaar gescheiden door een flinke tijdssprong. Huyghe vult de tussenliggende,
maar slechts gesuggereerde tijd op door een nieuwe scène, gespeeld door
dezelfde acteur, Bruno Ganz. Jaap Guldemond, museumconservator en samensteller
van de tentoonstelling: "De film wordt in drie delen geprojecteerd op een
heel breed scherm. Je ziet Bruno Ganz links in beeld de telefoon neerleggen.
Dan loopt hij midden in beeld de kamer uit, het huis uit naar buiten en vervolgens
een ander gebouw in. Die opname stopt en dan zie je hem rechts op het scherm
bij de lift staan. Het middenstuk, de opvuller zeg maar, is net zo gefilmd als
de oude delen, zwart-wit en even korrelig, maar je ziet toch het verschil. Het
opvallendste verschil is natuurlijk dat Bruno Ganz ruim twintig jaar ouder is.
Het zet je aan het denken over het gemak waarmee je die tijdsprongen in film
voor lief neemt. Een film speelt zich immers grotendeels in ons hoofd af. "
L'Ellipse legt de onderliggende structuur van een film bloot en maakt duidelijk
wat de kijker aan subjectieve bagage meeneemt de zaal in. En die kijker zal
zich onderworpen blijven weten aan allerlei modellen en structuren, zo redeneert
Huyghe, zolang hij zich zijn ervaringen niet eigen maakt. Door middel van kunstwerken
die hem bewust maken van de kijkervaring, door de onderliggende boodschap bloot
te leggen, wordt zijn persoonlijke ervaring geactiveerd en gestimuleerd.
In het visuele geweld dat over ons wordt uitgestort, is voor de kunstenaar dus
de schone taak weggelegd ons bewust te blijven maken van de verborgen boodschap
in film-, televisie- en computerbeelden. Het verhaal achter het verhaal, waar
de fictie ophoudt en de werkelijkheid (van de boodschapper) begint. De toekomst
van de film ligt niet in de bioscoop, maar in andere plekken die de filmtaal
gebruiken: de reclame, de videoclip - en het museum. Van de cinematografische
blik zijn we voorlopig nog niet af.
Cinéma Cinéma. Contemporary Art and the Cinematic Experience
Van Abbemuseum, Eindhoven
13 februari - 11 april 1999