Nederland had zijn eigen Oriënt: vanaf 1900 duiken Indische motieven, technieken en voorstellingen op in de Nederlandse kunst, bouwkunst en vooral toegepaste kunst. Ietwat later begint de grote hausse in reizen naar Indië, die vooral wordt aangejaagd door affiches met exotische landschappen, gewassen en vrouwen. Tegenwoordig zijn affiches verzamelobjecten. Frans Helling decoreert er zijn Indische restaurant mee.
Michel Didier 2005
In de oude binnenstad van Haarlem staat Indisch restaurant De Lachende Javaan.
Wie er binnentreedt, wordt meteen getroffen door de 'Indische' sfeer, die authentieker
overkomt dan de vooral in Chinese restaurants gebruikelijke decoraties van de
groothandel. De Lachende Javaan is opgesierd met Javaanse boeddhakoppen, antieke
wajangpoppen, oude affiches en in Indonesië vervaardigd meubilair, met
gebatikte hoezen over de stoelen. Na een tijdje begint het op te vallen dat
bepaalde versiermotieven overal terugkomen. Het sierlijke silhouet van een kris
herhaalt zich door het hele interieur heen: in de tafelpoten, op de lijsten
rond de affiches, in de trapleuning en in de balustrade rond de vide. Ook de
vertrouwde contour van een wajangpop en twee dames met wild slingerend haar
een de armen pathetisch geheven zien we her en der op de muren en de trap.
"Het is een motief van Jan Toorop dat ik bij toeval tegenkwam", vertelt
eigenaar Frans Helling. "Bijna twintig jaar geleden begon ik met De Lachende
Javaan en na een paar jaar kreeg ik een folder in handen van het taleninstituut
van de Leidse universiteit. Op de achtergrond van een foto met studenten zag
ik een voorstelling met Indische motieven. Ik ging het bekijken en het bleek
een tegeltableau van Rozenburg te zijn, getiteld 'Oost en West'. De haren van
de dames die de titel flankeren vormen zwarte golven met boven een houten schip
en een stoomschip, die het Westen voorstellen. De dames zelf en de wajang en
krismotieven onder stellen het Oosten voor.
"Het tableau van Toorop ontstak mijn enthousiasme om het restaurant te
decoreren in een Indische stijl met motieven die door de hele ruimte terugkomen.
Op zaterdag, als het rustig is, mag ik in het atelier van de lijstenmaker hier
verderop werken. Ik maak zelf de lijsten om de affiches, maar ik heb zo ook
alle versieringen op de tafelpoten aangebracht, met laagjes beenderlijm. Dat
wordt keihard als het droog is. Vervolgens een laagje bladgoud erop en klaar.
De krissen waar de trapleuning op rust en die in de balustrade heb ik zelf uitgezaagd.
Op de muren heb ik een sierband aangebracht met dezelfde motieven, wajangpoppen
en krissen, en de Oost- en Westmeisjes. Voorlopig op houten paneeltjes, maar
de bedoeling is om het op tegels te laten schilderen in Indonesië."
Gebrandschilderd raam
Frans reist regelmatig naar Indonesië en zoekt dan bedrijven die zijn ontwerpen
kunnen uitvoeren in keramiek, hout, stof en glas, voor een fractie van wat iets
dergelijks in Nederland zou moeten kosten. Al helemaal klaar en wachtend op
verscheping zijn drie glasramen die het plafond in de gang moeten gaan vormen,
ook met Indische motieven uit de koloniale tijd. Achter in de zaak, in een knusse
hoek onder de trap, prijkt een driedelig gebrandschilderd raam uit 1938, met
een Javaanse tempel in het midden, geflankeerd door typisch Hollands-classicistische
gebouwen, die iets weg hebben van het Mauritshuis in Den Haag en de Koninklijke
Militaire Academie in Breda. "Ik kocht het hier in de straat, bij de art
nouveau-keramiek-antiquair Hermine Guldemond. De lijst heb ik zo gemaakt, dat
de tekst niet meer zichtbaar is. Het was een oproep, in de trant van 'Kom naar
Indië'. Het is in Delft gemaakt, waarschijnlijk voor boven de ingang van
een overheidsgebouw en wellicht nooit aangebracht."
De 'ontmoeting' met het Toorop-tableau was eveneens de aanleiding om affiches
te gaan verzamelen, nu ook zo'n vijftien jaar terug, affiches met Nederlands-Indische
onderwerpen. Frans heeft er nu veertig: "Er komen er niet veel op de markt;
per jaar tussen de vijf en de tien, eerder vijf dan tien. En ja, de prijzen
zijn flink omhoog gegaan en mijn budget is beperkt, dus als er een paar tegelijk
worden aangeboden, moet ik kiezen. Ik heb nog steeds wel spijt van bepaalde
exemplaren die ik heb laten lopen omdat ik ze te duur vond. Pas ben ik nog een
KPM-affiche misgelopen omdat ik te lang talmde."
KPM is de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, die lijndiensten onderhield tussen
de eilanden van de Indische archipel en probeerde passagiers te werven middels
affiches. Ook andere scheepvaartmaatschappijen die op Indië voeren, een
enkele in Rotterdam maar de meeste in Amsterdam, trachten zoveel mogelijk passagiers
te lokken, zowel in Nederland als in het buitenland. Zodoende zijn veel affiches
in het Engels of Frans gesteld; de route liep door het Suezkanaal en via Britse
en Franse koloniën als Singapore, waar de kolonialen wellicht over te halen
waren een vakantie op Java of Bali door te brengen, de twee voornaamste toeristische
trekpleisters van Nederlands-Indië. De Nederlands-Indische VVV in Batavia
trok er ook hard aan. Frans heeft een aantal van hun affiches ingelijst: 'See
Bali!' 'See Java!' 'Visit Java - Only 36 hours from Singapore!'
"Ik heb ze gehangen om een kleine tentoonstelling van Gregor Krause, die
in 1912 vierduizend foto's maakte op Bali en Borneo. Hij gaf ze uit in een boekje
en de expositie in Arti et Amicitiae in Amsterdam was destijds een daverend
succes. Het wereldmuseum in Rotterdam organiseerde er een poosje geleden een
tentoonstelling van en na afloop vroeg ik wat ze met die foto's deden. Eigenlijk
niet veel, dus kon ik er een stel kopen. Ik heb er nu allemaal reisaffiches
omheen hangen, maar eigenlijk zou ik meer culturele affiches willen ophangen.
Helaas is het aanbod daarvan niet groot."
Behalve reisaffiches heeft Frans vooral productaffiches, bedoeld voor de inlandse
markt. Ze prijzen Indische, Nederlandse of buitenlandse producten aan, vaak
in het Maleis: wasmiddelen, medicinale zalf, textiel uit Helmond en, de mooiste:
'Bokser-port', met een krachtig uitgevoerde neger naast de tekst: 'bakin koeat
badan' - voor een sterk lichaam. Op welk deel van de geheelonthoudende inlandse
markt de producent precies mikte is onduidelijk. Hetzelfde geldt trouwens voor
Kris Bier.
Het oudste affiche in Frans' verzameling is uit 1889 of 1890, in ieder geval
kort na de Wereldtentoonstelling in Parijs waar voor het eerst Javaanse danseressen
te zien waren, die op de bezoekers grote indruk maakten. De speciaal geconstrueerde
kampong trok in zes maanden 875.000 betalende bezoekers. Claude Debussy raakte
vooral in de ban van het gamelanorkest, wat in passages van zijn orkestsuite
'La mer' en in talloze pianocomposities goed te horen is. Het affiche van Frans
is langgerekt, liefst tweeënhalve meter hoog, en op dik papier gedrukt,
bijna karton. Op de achtergrond is een architectuur van witte, Noord-Afrikaanse
gebouwen aangegeven; daarvoor wandelen mensen van uiteenlopende, exotische pluimage:
Arabieren, Spanjaarden en van minder duidelijk gedefinieerde afkomst. Alle aandacht
gaat uit naar drie danseressen op de voorgrond, die er Javaans uitzien. "De
ontwerper, de befaamde Jules Chéret, sloeg er een beetje een slag naar:
hij heeft geen studie verricht naar hoe die kostuums eruitzagen en een van de
drie ziet er ook wat gelaatstrekken betreft eerder Europees uit dan Javaans,
maar toch is het duidelijk dat het de Nederlands-Indische inzending betreft."
Het affiche is niet zozeer bestemd door de Wereldtentoonstelling zelf - van
tevoren wist nog niemand hoe populair de Indische inzending zou zijn -, maar
voor een tentoonstelling in het Musée Grévin, het wassenbeeldenmuseum
in Parijs. Waarschijnlijk werden na afloop van de wereldtentoonstelling de succesnummers
nog eens in scène gezet met gekostumeerde poppen. Het waren de beginjaren
van de massamedia en het massavermaak: in Frankrijk trad een tweede generatie
affichemakers aan, niet alleen kunstzinniger dan de eerste, maar ook met een
beter begrip van het medium affiche. In plaats alle denkbare informatie op een
affiche uit te schrijven met een plaatje ter illustratie, gingen Jules Chéret,
Henri de Toulouse-Lautrec, Pierre Bonnard, Alexandre Steinlen en de minder bekende
ontwerpers uit van een krachtige, heldere, eenvoudige voorstelling, die zowel
informatie over het gebodene moest verschaffen als nieuwsgierig moest maken.
Tekst speelde een secondaire rol: een enkel woord volstond en wie geïnteresseerd
raakte, moest maar dichterbij komen om de kleine lettertjes te lezen.
Exotisme
In de wereld van theatervoorstellingen, exposities, horeca en ander grotestadsvermaak
neemt het exotische affiche een aparte plaats in. De bedoeling was om de Europeaan
een glimp te geven van ver weg gelegen, aangenaam warme en cultureel afwijkende
oorden, waarheen men kon reizen of waarvan men een teug kon nemen in een museum
of theater. Rond 1900 waren het vooral de alom tegenwoordige circussen en dierentuinen
die voorzagen in de behoefte aan exotisme van het grote publiek, de zucht naar
het vreemde, maar begin twintigste eeuw kregen mensen voor het eerst vrije tijd
en doorbetaalde vakanties en daarmee werden buitenlandse bestemmingen mogelijk.
Aanvankelijk zocht men zijn heil vooral binnen Europa, voornamelijk in Zwitserland
en Italië, maar technische ontwikkelingen bekortten de reistijd per stoomschip
dermate, dat na de Eerste Wereldoorlog vakanties buiten Europa gevierd konden
worden. Zo werden naar Nederlands-Oostindië goedkope 'Honderd dagen-retours'
aangeboden: de reis duurde een maand, zodat je ruim een maand in de kolonie
kon verblijven.
De Nederlandse makelij van de hoofdzakelijk in het Engels gestelde affiches
in de jaren dertig verloochende zich niet: de plaatsnamen werden gewoon in het
Nederlands gespeld. Zo prees de VVV in Batavia de nu Bandung geheten stad op
Java aan met: 'Visit Bandoeng - Europe in the Tropics'. Hoe zou een Brit 'Bandoeng'
hebben uitgesproken? En wat zou er Europees aan geweest zijn? De voornaamste
reden om er een kijkje te gaan nemen was natuurlijk het exotische, niet-Europese
karakter. Op de vroegste affiches is steevast een schip te zien, wat de nadruk
op de reis zelf legt; begin twintigste eeuw was de bootreis voor Europeanen
net zo exotisch als de bestemming en de schepen waren drijvende steden, voorzien
van alle gemakken en gaandeweg steeds exotischer gedecoreerd. De Nederlandse
scheepvaartmaatschappijen zetten art nouveau-ontwerpers in als C.A. Lion Cachet,
die Indische werkwijzen (batik) gebruikte, maar ook Indische motieven en Indische
materialen: donkere houtsoorten als makassars ebben. Affiches werden in die
tijd ontworpen door gespecialiseerde grafici als Jan Lavies, J.A.W. von Stein
en Hendrik Paulides.
Eenmaal aangekomen in ons Indië, kon de Nederlandse vakantieganger per
KPM langs de eilanden varen of per trein Java verkennen. In De Lachende Javaan
hangt een affiche van de Nederlands-Indische Spoorwegen met de tekst: 'Java
and Bali - Isles of Romance', maar ook een van de KPM met moderne stoomschepen,
gecombineerd met penissies, de traditionele houten zeilscheepjes die al eeuwen
aan de zuidkust van Celebes worden gemaakt. Dit affiche, ontworpen door Victor
J. Trip, dateert trouwens uit 1948, het jaar van de onafhankelijkheid, te midden
van grote troebelen en 'politionele' acties. Het contrast tussen modern en traditioneel,
tussen West en Oost, was iets waar veel propaganda en veel reclame op dreef.
Frans heeft ook een wervingsaffiche voor het Nederlands-Indisch leger van voor
de Eerste Wereldoorlog, waarop een soldaat in bont uniform op de fiets door
een kampong scheurt. Een van de redenen waarom Insulinde pas heel laat onder
centraal Nederlands gezag is gekomen, is dat maar weinig jongemannen te vinden
waren die er wilden dienen. Nederland was simpelweg te klein om er een leger
te rekruteren dat de gigantische archipel onder controle kon houden. Potentiële
militairen moesten worden gelokt met financiële voordelen - regelingen
staan opgesomd op het aangehechte deel van het affiche -, met een mooi uniform
en met het vooruitzicht met vreemde culturen in aanraking te komen.
Dat een belangrijk deel van die vreemde cultuur bestond uit vrouwelijk schoon,
bewijzen de meeste affiches waar de aantrekkelijkheden van Java en Bali zijn
uitgebeeld. In de jaren twintig en vooral dertig geven de oceaanstomers hun
centrale positie deels prijs aan het berglandschap, de palmbomen, de tempels
(die veelal door Nederlandse archeologen waren gerestaureerd) en de onvermijdelijke
jonge vrouw - soms een danseres, vaak een inlandse met een kruik in de hand
en een mand op het hoofd. Zulke kampongbewoonsters konden namelijk zonder probleem
en met een beroep op authenticiteit met ontblote boezem worden weergegeven,
wat de attractiviteit aanmerkelijk verhoogde.
Art nouveau
Jan Toorop was geboren op Java en introduceerde in Nederland de Indische kunst,
die in de toegepaste kunst zijn breedste verbreiding vond. Ontwerpers als de
Amsterdammers Lion Cachet en Th.W. Nieuwenhuis en de Hagenaar G.W. Dijsselhof
ontwikkelden een Nederlandse art nouveau met batikmotieven en de batiktechniek.
Die motieven zijn goed te zien in de keramiek van Theo Colenbrander en Jurriaan
Kok. Deze laatste, hoofdontwerper bij de Haagse plateelfabriek Rozenburg, bezat
een collectie Javaanse kunst en ontwierp decors voor gebruikskeramiek met silhouetten,
ontleend aan het wajang-schimmenspel. Het was ook de tijd dat kunstenaars zich
actief bemoeiden met massamedia, vooral door drukwerk als boekillustraties en
affiches. Toorop zelf werd beroemd met zijn Indisch geïnspireerde affiche
voor Delftsche Slaolie, dat symbool is komen te staan voor de Nederlandse art
nouveau (de 'slaoliestijl'), en ontwierp tegeltableaus in openbare gebouwen
als de Koopmansbeurs in Amsterdam. August Allebé, Johan Thorn Prikker
en Richard Roland Holst verwerkten Indische motieven in wandschilderingen en
glas-in-loodramen.
Frans bezit een affiche dat ontworpen is door Johan Thorn Prikker in 1906. Het
is voor de 'Niederländisch-Indische Kunstausstellung' in het Kaiser-Wilhelm-Museum
in Krefeld. "De zachte kleuren zijn duidelijk een poging om een batik-indruk
te geven. Twee jaar eerder was in dat museum een tentoonstelling 'Niederländische
Kunst' gehouden, waarvoor Thorn Prikker een veel mooier affiche ontwierp, dat
nu voor mij onbetaalbaar zou zijn. Dit exemplaar heb ik een tijdje terug gekocht
voor 1600 euro, maar dat was inclusief verzekerings- en verzendkosten. De meeste
affiches heb ik op veilingen gekocht. In Nederland is Van Sabbe het veilinghuis
voor affiches en daar heb ik dan ook veel weggehaald, maar ik sta ook ingeschreven
bij veilinghuizen in Frankrijk, Duitsland, Italië en de Verenigde Staten.
Ik krijg van een tussenpersoon te horen als er iets voor mij bij zit en dan
laat ik hem, in goed vertrouwen, bieden op zo'n affiche.
"Zo'n tien jaar geleden hebben 'nieuwe rijken' in Indonesië de markt
verpest door bespottelijke bedragen voor affiches te gaan betalen. In het begin
kreeg je nog wel eens een mooie voor duizend gulden, maar nu kost het je al
snel een paar duizend euro. Ik restaureer ze meestal zelf: scheurtjes plakken,
'wassen' in een bad om de vlekken weg te werken, vouwen eruit strijken en zo
voort. En dan een lijst maken, maar daar ben ik meestal maanden mee bezig, want
ik heb niet veel vrije tijd. Maar ik ga vrolijk door met het optuigen van het
restaurant en het verzamelen van affiches, want dat is mijn passie. Binnenkort
komen er mensen langs van het Tropenmuseum. Wie weet kunnen we iets voor elkaar
betekenen. Het zou toch leuk zijn als het wat bekender werd."
Origine 2, 2005