
Shakespeare in de kunst
Hoewel William Shakespeare rond 1600 leefde, begon de grote waardering voor zijn werk pas eind achttiende eeuw, in Engeland, en begin negentiende eeuw op het Europese vasteland. Zijn psychologisch inzicht, zijn wroeten in de duistere diepten van de menselijke ziel in de grote tragedies, spraken de ontvankelijke Romantische ziel bijzonder aan. Geïnspireerd door literatuur in het algemeen en Middeleeuwse literatuur in het bijzonder, wierpen talloze kunstenaars de grootse gevoelens die ze in Romeo en Julia, Hamlet, Macbeth, Othello en King Lear zagen op het doek. Componisten als Verdi, Liszt en Berlioz toonzetten deze tragedies als symfonieën, opera's en symfonische gedichten.Een apart genre waren de sprookjesschilderijen, vooral geïnspireerd op de wondere wereld die Shakespeare schilderde in zijn Midzomernachtsdroom. Behalve legioenen Romantische schilders en illustratoren hebben componisten als Mendelssohn, Weber en weer Berlioz zich hierop geworpen. Cursus van drie of vier lessen.
Kunst en literatuur
In de Romantiek werd literatuur de grote inspiratiebron voor kunstenaars en
componisten. Niet langer de klassieke Homerus en Ovidius, maar middeleeuwse
en 'middeleeuwse' schrijvers als Dante en Shakespeare, Tasso en Ariosto werden
op doek en op muziek gezet. Eigentijdse dichters en romanciers als Goethe, Byron,
Walter Scott en Dumas oriënteerden zich op de middeleeuwen: hun werk werd
vaak onmiddellijk door schilders en componisten ter hand genomen. Goethes Faust
alleen al was goed voor honderden schilderijen, opera's, beelden en symfonische
gedichten.
Klassieke mythologie
Een reis door de kunst van de afgelopen 25 eeuwen aan de hand van de verhalen
van de Grieks-Romeinse mythologie in twee cursussen. Van Griekse vazen via middeleeuwse
manuscripten, renaissanceschilderijen, baroksculptuur en neoclassicisme tot
postmoderne kunst in 16 lessen vol beeldende kunst en muziek.
1. De godenwereld; Ovidius (Adonis, Io, Dafne, Europa, Leda, Ganymedes, Narcissus
etc.); Olympus en onderwereld, Eros en Thanatos, Amor en Psyche
2. Homerus: Ilias en Odyssee, en de helden: Hercules, Theseus, Perseus, Bellerophon,
de Argonauten

Kunst en muziek
Versmelting der kunsten
De versmelting van schilderkunst, poëzie en muziek is al een oud streven.
In de Romantiek ontstaat het als een bewust streven naar de vermenging van de
zintuigen; schilderijen worden muzikaal, muziekstukken worden beeldend. De opera
als totaalkunstwerk van de hand van Wagner en Debussy vormt het voorlopig hoogtepunt
van deze ontwikkeling.
Tussen 1910 en 1930 komen poëzie, beeldende kunst en muziek daadwerkelijk
samen in Parijs: een aantal balletgezelschappen, waarvan de Ballets Russes van
Diaghilev het bekendste is, dingen om de gunst van het publiek met zo exotisch
of modern mogelijke producties: schilders, componisten en dichters van de avantgarde
werkten samen aan roemruchte balletten, waarvan nog foto's, ontwerpen en zelfs
film over zijn.
De muziek werd verzorgd door Stravinsky, Debussy, Ravel, Milhaud, Satie en Prokoviev;
decors en kostuums door Picasso, Léger, Delauny, Matisse en De Chirico;
libretti door Cocteau, Cendrars en Pirandello.
Tot 1930 bloeien deze modernistische totaalkunstwerken; dan neemt de film deze
voortrekkersrol over. In experimentele film in de jaren twintig, dertig, veertig
en vijftig zoeken kunstenaars naar een nieuwe samenhang tussen ruimte- (beeldende)
kunst en tijdkunst (muziek). In de woelige jaren zestig neemt de Amerikaans-Duitse
Fluxusgroep het project over en geeft er een heel nieuwe draai aan, onder andere
door de eerste video-experimenten van Nam June Paik. Sinds de jaren zeventig
heeft video de rol van film overgenomen als kunstenaarsmateriaal. Inmiddels
vergezeld van de nieuwste mediatechnieken als computer en internet, zijn de
technieken zo geavanceerd dat de grenzen tussen de verschillende kunstvormen
geheel zijn vervaagd.
De vergelijking en overlapping van kunst en muziek in de achttiende, negentiende
en twintigste eeuw, van de paragone via de synesthesie tot het totaalkunstwerk;
tijd en ruimte; de vierde dimensie; film en video
Ballet - het moderne totaalkunstwerk
Balletgezelschappen in Parijs 1909-1930:
Isadora Duncan/Ballets russes/Helena Rubinstein/Ballets suédois
De versmelting van schilderkunst, poézie en muziek is al een oud streven.
Rond 1910 kwam het in Parijs allemaal samen in de Ballets Russes van Diaghilev.
Al snel verschenen er concurrerende balletgezelschappen die om de gunst van
het publiek dongen met zo modern mogelijke producties: schilders, componisten
en dichters van de avantgarde werkten samen aan roemruchte balletten, waarvan
nog foto's, ontwerpen en een klein beetje film over zijn.
De muziek werd verzorgd door Stravinsky, Debussy, Ravel, Milhaud, Satie en Prokoviev;
decors en kostuums door Picasso, Léger, Delauny, Matisse en De Chirico;
libretti door Cocteau, Cendrars en Pirandello.
Tot 1930 bloeiden deze modernistische totaalkunstwerken; toen nam de film deze
voortrekkersrol over.
zie ook de artikelen over kunst en dans, dans in kunst
Kunst en taboe
Aanstoot, censuur en onzedelijkheid
Taboes zijn er om doorbroken te worden, en dat is door de eeuwen heen dan
ook keer op keer gedaan. Maar wat in de ene eeuw taboe is, is in een ander tijdperk
de gewoonste zaak van de wereld. De Romeinen kenden een probleemloze omgang
met zowel naakt als uiteenlopende seksuele voorkeuren, die nog niet zo lang
geleden als perversiteiten golden. In de Gouden Eeuw golden strenge regels op
het gebied van de openbare zedelijkheid, maar Rembrandt kon niettemin prenten
maken van een plassende vrouw en een copulerende monnik. Veel genreschilderijen
bevatten nauwelijks verholen seksuele symboliek.
Wat Titiaan in 1538 wel mocht, mocht Manet in 1863 niet meer: een naakte courtisane
afbeelden, uitgestrekt op een bed, de beschouwer frank aanziend. In het hooggesloten
Victoriaanse tijdperk bloeiden pornografie en erotische kunst als nooit tevoren;
kunstenaars als Klimt en Schiele raakten in de problemen door hun vrijmoedige
uitbeeldingen van het vrouwelijk lichaam. Ook de beeldhouwer Brancusi moest
zich voor een rechtbank verantwoorden. En vele Nederlanders namen in de jaren
vijftig aanstoot aan 'onwelvoeglijke' oorlogsmonumenten.
Ook in ons 'vrije' tijdsgewricht bestaan er nog taboes in de kunst: je kunt
niet alles zomaar afbeelden - het aantal rellen en opstootjes rond openbare
monumenten en fototentoonstellingen is opvallend groot. Michel Didier doorkruist
de kunstgeschiedenis en werpt een nieuw licht op bekende, maar ooit aanstootgevende
kunstwerken, maar diept ook massa's verrassende schilderijen, prenten en beelden
uit de rijke historie op, te beginnen met een uitgebreid overzicht van het naakt.
Kunst en esoterie
Spiritualiteit is geen alleenrecht van Aziatische culturen, maar speelt in het
Europese denken sinds de middeleeuwen een belangrijke rol. Regelmatig zelfs
een overheersende rol, zoals aan het hof van de Habsburgse keizer Rudolf II,
waar vele kunstwerken nog van getuigen. Vanaf de achttiende eeuw is het gedachtengoed
van de Vrijmetselaars terug te vinden in gebouwen, voorwerpen en kunstwerken.
Eind negentiende eeuw is de kunstwereld doordrenkt van esoterie. De abstracte
kunst en de atonale muziek zijn zelfs niet goed denkbaar zonder de invloed van
de thoofie, de Rozenkruisers en andere mystieke bewegingen op Kandinsky, Kupka,
Mondriaan en Skrjabin. De antroposofie van Rudolf Steiner is vooral veel terug
te vinden in de bouwkunst. Ook veel naoorlogse kunstenaars zijn op zoek naar
'de klank van de kosmos' of het nirvana: in het werk van Yves Klein, Mark Rothko,
John Cage en Karlheinz Stockhausen staat de spiritualiteit voorop.
zie ook de artikelen over theosofie en vrijmetselarij
Kunst en nieuwe media
Hoewel er nog altijd schilders en beeldhouwers zijn, komt steeds meer kunst
tot ons in een andere gedaante, die van de zogenaamde nieuwe media. Fotografie
en film zijn natuurlijk niet meer nieuw te noemen, met een geschiedenis van
meer dan een eeuw, en met video maakten we een kleine veertig jaar geleden al
kennis. Toch veroveren al die vormen, vaak door nieuwe technieken mogelijk gemaakt,
zich nu pas een vaste plaats in de kunstwereld. De camera, de projector, de
monitor en de computer maken een vanzelfsprekender deel uit van onze omgeving
dan het penseel en de beitel.
Deze compacte cursus geeft een overzicht van de geschiedenis en de nieuwste
toepassingen van vier 'nieuwe media' - een onmisbare inleiding om inzicht te
krijgen in de hedendaagse kunst.
Achtereenvolgens komen aan bod: Fotografie, Film, Video en Computerkunst.
Exotisme
Exotisme is het gebruik van niet-Europese cultuuruitingen in een Europese context.
Hoewel in de zeventiende eeuw al aanzetten werden gegeven, ligt het zwaartepunt
van het Europese exotisme in de tweede helft van de negentiende en de eerste
helft van de twintigste eeuw. Het is een pan-Europees fenomeen, dat van Zweden
tot Griekenland en van Portugal tot Rusland werd beleden. Chinoiserie, turquerie,
japonisme, oriëntalisme en primitivisme uiten zich in schilder- en beeldhouwkunst,
architectuur, toegepaste kunst, muziek, literatuur en tuinaanleg.
Chinoiserie: meubels, behangsels, folly's, barokpaleizen (Pillnitz, Japanisches
Palais Dresden), schilderkunst (Boucher), muziek (Pagodes van Debussy, Ketelbey)
Oriëntalisme: barokke schilderkunst (Rembrandt, Fragonard), opera en ballet
(Lully), 19e-eeuwse schilder- en beeldhouwkunst (Delacroix, Ingres, Chassériau,
Gleyre, Gérôme, Cordier, Renoir, Marius Bauer), expressionisme
(Matisse, Klee, Kandinsky, Macke), Mamelukken en Spahi's (Van Gogh), Spanje
(Carmen, Chabrier, Ravel, Manet)
Japonisme: modernisme in de schilderkunst (Van Gogh, Gauguin, Lautrec, Whistler,
Monet, Cassatt, Bernard, Steinlen, Gallé)
Indianen: de mythe van de nobele wilde (Rousseau, James Fenimore Cooper, Chateaubriand,
Karl May)
Realisme
Verschillende vormen van realisme in de negentiende en twintigste eeuw: Courbet
en Manet, de geschiedenis van de fotografie als kunstvorm; magisch realisme
en nieuwe zakelijkheid in de jaren twintig en dertig (Willink, Koch, Ket, Charley
Toorop etc.); hyperrealisme en fotorealisme jaren zestig; nieuwe figuratie en
postmodernisme jaren tachtig
Art nouveau
Een cursus die begint met de ontstaansgeschiedenis van deze elegante stijl
in de verschillende kunsten, de invloeden en verschillende uitwerkingen, en
vervolgens de belangrijkste centra onder de loep neemt: Parijs, Brussel, Nancy,
Wenen, Boedapest, Praag, Barcelona, Milaan en Turijn, Riga en Helsinki, Munchen
en Darmstadt.
zie ook de artikelen over Art Nouveau, Art Nouveau in Boedapest, Art Nouveau in Riga en Art Nouveau in Helsinki
Art déco
Een cursus over deze immens populaire, decoratieve stijl die in 1911 ontstaat,
maar na 1918 Parijs en na de Wereldtentoonstelling van 1925 de wereld verovert.
De cursus gaat vooral in op de talloze invloeden op de Art déco, van
rococo en empire tot Egypte, de kolonies in Afrika en Azie en de moderne architectuur
en schilderkunst.
In de stijl van de jaren twintig en dertig komen de meest uiteenlopende invloeden
samen: Azteekse, Egyptische en Afrikaanse kunst; moderne architectuur; Amerikaanse
jazz en indianencultuur; moderne schilderkunst (kubisme, fauvisme). Art déco
is de laatste grote decoratieve stijl en de enige die invloed op massaproductie
heeft gehad. Dit is geen hoe-herken-ik-antiek-cursus, maar u krijgt inzicht
in de samenhang tussen verschillende kunstvormen, van sierkunst tot film en
van schilderkunst tot architectuur.
lees ook de artikelen over Art Déco